Wat is er precies afgesproken over de RVU?
De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de RVU is voor politiemedewerkers met geboortejaar 1962 hetzelfde als voor de politiemedewerkers met geboortejaar 1961. Je moet 35 politiejaren hebben, waarvan 25 zware jaren. Dit hoeft niet aaneengesloten te zijn. Voor de 35 politiejaren tellen ook de jaren mee, die zijn doorgebracht als algemeen of buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Marechaussee, FIOD en Douane en de jaren bij de spoorwegpolitie voor degenen die zijn overgekomen in 2000.
Voor de 25 zware jaren zijn de jaren doorgebracht in een functie in het domein uitvoering, of een logische voorloper daarvan, en de jaren met een executieve status.
Het maandbedrag van € 2.273 is vrijgesteld van de RVU-heffing en geldt voor een periode van twee jaar. Dit bedrag mag in drie jaar verspreid worden uitbetaald en het wordt jaarlijks geïndexeerd.
Voor politiemedewerkers geboren in 1963, 1964 en het eerste kwartaal van 1965 worden de voorwaarden aangescherpt om te kunnen voldoen aan de eisen van het landelijk akkoord gezond naar het pensioen van 2024 en daarmee een fiscaal vrijgestelde RVU te kunnen behouden.
1963:
Om in aanmerking te komen voor de RVU, moet je 35 politiejaren hebben, waarvan 27 zware jaren. Deze jaren mogen onderbroken zijn. Voor de 27 zware jaren tellen alleen de jaren mee die zijn doorgebracht in een functie die valt onder het domein uitvoering van het LFNP of een logische voorloper daarvan. Het hebben van een executieve status terwijl er een functie wordt uitgeoefend in het domein leiding of ondersteuning, telt niet langer mee voor de zware jaren in het kader van de RVU. De reden hiervan is dat op grond van het landelijk akkoord een RVU alleen terecht mag komen bij zwaar werk. Het werk is daarbij bepalend en niet de status.
De 27 zware jaren moeten binnen de periode van 35 jaar voorafgaande aan de RVU liggen. Als je langer dan 8 jaar voorafgaande aan de RVU niet meer werkzaam was in een functie in het domein uitvoering, dan kom je niet in aanmerking voor de RVU.
Voor de zij-instromers geld dat vanaf 1963 ook de jaren meetellen die in een functie in een andere sector zijn doorgebracht waarvoor een RVU geldt die door TNO-akkoord is getoetst. Wel moet de zij-instromer ook minimaal 25 jaren bij de politie hebben gewerkt. De jaren die zijn doorgebracht bij de spoorwegpolitie tellen ook mee van de medewerkers die eerder dan 2000 zijn overgekomen naar de politie.
De bijdrage is maximaal het fiscaal vrijgestelde bedrag voor een periode van twee jaar en dit bedrag mag gespreid worden over drie jaar.
1964:
Voor 1964 geldt een verdere aanscherping van 35 politiejaren waarvan 28 zware jaren om in aanmerking te komen voor de RVU. Deze 28 zware jaren moeten binnen de periode van 35 jaar voorafgaande aan de RVU liggen. Ben je langer dan 7 jaar voorafgaande aan de RVU niet meer werkzaam in een functie in het domein uitvoering dan kom je niet in aanmerking voor de RVU. De andere voorwaarden zijn zoals beschreven voor 1963.
Eerste kwartaal 1965:
Voor de politiemedewerkers geboren in het eerste kwartaal van 1965 geldt een nog verdere aanscherping van 35 politiejaren waarvan 30 zware jaren om in aanmerking te komen voor de RVU. Deze 30 zware jaren moeten binnen de periode van 35 jaar voorafgaande aan de RVU liggen. Ben je langer dan 5 jaar voorafgaande aan de RVU niet meer werkzaam in een functie in het domein uitvoering dan kom je niet in aanmerking voor de RVU. De andere voorwaarden zijn zoals beschreven voor 1963.
Overzichtstabel met voorwaarden:

