Woord vooraf:
We begrijpen dat er bij collega’s veel vragen leven over het onderhandelingsresultaat en de afspraken die zijn gemaakt over de RVU. Het is dan goed om te weten dat we als sector politie rekening moeten houden met het landelijk akkoord dat het kabinet afgelopen najaar met de werkgevers en de vakcentrales over de RVU heeft gesloten.
Onderdeel van dit akkoord is de afspraak om de doelgroep van de RVU scherp af te bakenen: volgens het landelijk akkoord geldt de RVU voortaan alleen nog voor werknemers die zwaar werk hebben dat niet vol te houden is tot de AOW-leeftijd en die ook geen mogelijkheid hebben om ander, minder zwaar werk op te pakken. De RVU is dus bedoeld als een vangnetregeling voor situaties waarin het echt niet meer gaat. De afspraken die we in de cao maken, moeten aan deze voorwaarden voldoen.
Als dat niet het geval is, krijgen we van het kabinet geen toestemming om deze cao te sluiten. En dat betekent in het ergste geval dat er helemaal geen RVU komt voor de geboortejaren 1962 en verder. We zijn dus verplicht om strengere criteria af te spreken, maar hebben bij het kabinet wel extra ruimte kunnen bedingen ten opzichte van het landelijk akkoord. Zo hoef je niet meer op een functie in het domein uitvoering werkzaam te zijn op het moment dat je met RVU gaat. We moeten nog wel de toets van TNO afwachten.
We begrijpen uiteraard dat de collega’s die niet aan de striktere voorwaarden voldoen teleurgesteld zijn. Voor deze collega’s, bijvoorbeeld leidinggevenden of medewerkers in de ondersteuning, geldt overigens dat zij wel in aanmerking kunnen komen voor de RVU als zij op op basis van een vorige functie wel voldoen aan het gevraagde aantal jaren in het domein uitvoering en het aantal politiedienstjaren. Maar de kern van de zaak is dat we als sector politie afhankelijk zijn van het kabinetsbeleid en de afspraken die eerder op de landelijke tafels over de RVU zijn gemaakt. We hebben verder geen ruimte om daarvan af te wijken.
