Wat is er versoberd ten opzichte van de huidige RVU?

Vanaf geboortejaar 1963 wordt het vereiste aantal zware jaren opgehoogd. Voor politiemedewerkers geboren in het eerste kwartaal van 1965 geldt dat ze uiteindelijk 30 zware jaren moeten hebben, in plaats van de huidge 25. Daarnaast tellen vanaf dat moment alleen de zware jaren die je hebt gewerkt in functies binnen het LFNP-domein uitvoering of een logische voorloper daarvan (voor 2012). Het hebben van een executieve status op zich is niet meer voldoende voor het meetellen als zware jaren.

Ook moeten de zware jaren niet te lang voor je RVU liggen. Je moet dus nog ‘redelijk recent’ zwaar werk hebben gehad en niet bijvoorbeeld de laatste 15 jaar van je loopbaan in de ondersteuning gewerkt hebben. Er wordt gekeken naar de laatste 35 jaar van je loopbaan en daarbinnen wordt gekeken naar het zware werk. Zo moet voor 1963 dat zware werk binnen 8 jaar voorafgaande aan RVU vallen, voor 1964 is dat binnen 7 jaar en voor het eerste kwartaal van 1965 geldt dat dit uiterlijk binnen 5 jaar voor RVU moet liggen.

Deze aanscherpingen zijn afgesproken om binnen de kaders van het landelijk akkoord uit 2024 te blijven. Het uitgangspunt van dit akkoord is dat de RVU alleen fiscaal vriendelijk kan worden afgesproken voor zwaar werk en dat duurzame inzetbaarheid het doel is zodat medewerkers gezond het pensioen kunnen bereiken. Voor zwaar werk moet dan gekeken worden naar de werkzaamheden. Een executieve status is niet voldoende om als zwaar werk te kunnen gelden. Dat deze nog wel meetelde als zware jaren voor de huidige tijdelijke RVU had te maken met de oude vroegpensioenafspraken uit 2006 waarbij TBF-rechten waren verbonden aan de executieve status en als slijtend aangemerkte functies. Omdat het landelijk akkoord een gerichte duiding van zware functies vereist wordt voor de nieuwe RVU aangesloten bij het werk in domein uitvoering wat zich onder andere kenmerkt door onvermijdelijk verzwarende werkzaamheden en frequente onregelmatige werktijden.

De reden voor deze aanscherping is dat het landelijke akkoord duurzame inzetbaarheid vooropstelt. De duurzame inzetbaarheid en het resultaat van de alle maatregelen die dat positief beïnvloedden moeten voorrang hebben boven een RVU. Eerder minder slijtend werk vervullen is een vorm van duurzame inzetbaarheid waardoor het werk langer is vol te houden. De korpschef kan, op basis van de hardheidsclausule, in schrijnende gevallen afwijken van de RVU-voorwaarden met betrekking tot het aantal politiedienstjaren en/of zware politiedienstjaren, als dit in bepaalde gevallen leidt tot onbedoelde gevolgen.